Pajottenland+ V.Z.W.

ESTAMINET - staminee - stammenee

stamlokaal-stamtafel-stamgast


Foto Anne Gaatby (UK)

Tot na Wereldoorlog II was "Estaminet" een veelgebruikte benaming voor een drankgelegenheid. In de Franse uitspraak wordt de start-e nagenoeg niet en eind-t niet uitgesproken , vandaar het woord "staminee" verbasterd tot "stammenee".
In de negentiende eeuw waren er in elke gemeente ettelijke drankgelegenheden. In 1908 was er, in België, één per 36 inwoners. Er dient wel bijgezegd dat veelal naast de drankgelegenheid er ook nog andere bronnen van inkomsten waren.
De baas van een estaminet was dikwijls landbouwer of oefende een ander beroep uit zoals smid, maar kon ook nog een handeltje drijven zoals in voedingswaren, slager, kolenhandel.
Een typisch voorbeeld was het café "IN DE MUS" te Asse - Kautertaverent van de familie Orinx (waar drie beroepen samen uitgeoefend werden: landbouw - kolenhandel en estaminet) ....
Zo was oorspronkelijk in het café "DE RARE VOS" te Schepdaal links van de inkom een winkeltje in voedingswaren en rechts de gelagzaal.
Het hoeft niet gezegd dat voor sommigen inkopen doen ook een uitvlucht was om meteen een pintje te drinken. Het was niet uitzonderlijk dat de kapper of zelfs de kleermaker hun beroep uitoefenden in de gelagzaal. De man oefende een beroep uit en de vrouw stond in voor de tap.
Na Wereldoorlog II verdwenen veel stammenee's enerzijds doordat er meer en meer tweeverdieners gezinnen kwamen en anderzijds door de opkomst van de televisie waardoor het herbergbezoek afnam.

Het opschrift Estaminet werd hoofdzakelijk gebruikt in België en Noord-Frankrijk. Waar in België het gebruik van het woord estaminet nagenoeg uitgestorven is wordt het nog steeds gebruikt in Noord-Frankrijk waar het verder uitzwermt naar het Zuiden.
Tijdens Wereldoorlog I maakten de soldaten immers kennis met deze gelegenheden. Zij konden er tijdens hun rustdagen genieten van een drank(je) maar ook, ter afwisseling van de niet steeds smakelijke legerkost, een hapje en dikwijls ook van vrouwelijk gezelschap. Estaminet duikt dan ook op in Engeland.

Tegenwoordig is een Estaminet een gezellige, typische drankgelegenheid waar ook van eenvoudige lokale gerechten kan worden genoten.

 

Chez Marius" een sympathiek estaminet in Gézaincourt (Somme- Fr)

Volgens Het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal (Van Dale) is estaminet een Zuidnederlands woord voor een eenvoudige herberg, bierhuis, kroeg ook staminee en stammenee genoemd ( afkomstig van het Frans)

Vanwaar komt het woord ESTAMINET ? Dit is nogmaals een term waarover geen eensluidende verklaring bestaat. Hierbij zetten we terug een aantal mogelijkheden op een rijtje.

Volgens de " Dictionnaire de l'Académie Française, Nismes, chez Pierre Beaume, 1787":

Estaminet, Een gezelschap van drinkers en rokers. De vergaderplaats draagt dezelfde naam. Dit gebruik afkomstig uit de Nederlanden werd nagevolgd te Parijs met als benaming Tabagie.

Een andere Franse bron de "Dictionnaire de la Langue Française ( Littré) van 1874":
- een café waar gerookt wordt
- het afzonderlijk lokaal waarin gerookt wordt
Wat de herkomst betreft geeft Littré de volgende verklaring:
- Waals woord van ongekende herkomst.
Er kan gedacht worden aan: estaminet afgeleid van étamine, een soort lichte, dunne, soepele doch stevige stof. Deze stof zou gebruikt zijn om tafels te bedekken. Ze werd ook gebruikt voor het zeven van sausen.

Bescherelle, een ander Frans woordenboek:
Estaminet, komt van het Vlaams "stamenay",afgeleid van stamm (geslacht, familie) en men noemt stamme de familievergaderingen waar gedronken en gerookt wordt.

een Waalse bron:

li stamonêye (de krib),een mooi Waals woord verspreid in de Ardennen, stamt af van stamon (pilaar) zelf afkomstig van het Germaanse staan (stehen).
De plaats van elke koe in de stallen werd begrensd door pilaren (stamons). De staanplaats noemde dan stamonêye. Dit woord gaf het ontstaan aan het Franse estaminet, oorspronkelijk een drankgelegenheid met veel pilaren.

Het klein woordenboek der Vlaamse Taal (Internet) zoekt het ook bij "palen"

staminee (v.), (ook: stamenee), kroeg, café; op staminee gaan, naar de kroeg gaan, gaan stappen; [<Fr.estaminet, van stamon (paal, stam)], dus oorspronkelijk een zaal met een door palen gestut dak, een "stamlokaal".

hierbij aanlsuitend: stamgast:iemand die regelmatig aanwezig is in een stamlokaal. De stamgasten hebben een voorbehouden tafel,de stamtafel. een bron uit Rijsel Sommigen veronderstellen dat de oorsprong uit het Spaans afstamt "estar un minuto" ( een poosje verwijlen), een gelegenheid waar een kan verwijld worden. van dezelfde bron: sommige gelegenheden nodigden de klanten uit door een opschrift "Sta, Mijnheer" .

Professor Taeldeman van de vakgroep Nederlandse Taalkunde en Dialectologie van de Universiteit Gent, over het Gents dialect:
De Spaanse invloeden zijn nihil, op het woord 'staminee' na. 'Staminee' staat voor ¿esta una mineta? of een 'kriebelmuit' voor wie het Gents machtig is en voor de niet-Gentenaar 'huisje van plezier' of nog 'hoerenkot'

Een Franse bron zoekt het in dezelfde richting:

Volgens anekdoten zou het woord afkomstig zijn uit het Spaans. ¿Estn Minetas? (zijn er meisjes?) , een vraag die de Spaanse soldaten in de 15e eeuw stelden aan de bewoners van de Nederlanden.

Volgens Leo Delaleeuw: ESTA MINETTA: HIER IS EEN MEISJE.
Een uitleg die zou ontstaan zijn tijdens de Spaanse bezetting - bedoeld voor de Spaanse soldaat. Ook in WO II had de Duitse legerleiding een voorziening van seksueel genot voor de soldaten en werden er meisjes aanvaard en zelfs medisch onderzocht naar eventuele ziektes. En dit is zo bij elk leger.

Volgens Serge Moons:

De naam "staminee" zou wel eens een taalkundige erfenis kunnen zijn van de Spaanse overheersing . Portugeese huurlingen werden dikwijls onder de Spaanse vlag ingelijfd en in Algarve betekende "Estaminé" (uitgesproken als chtaminè ) een gezellige en levendige plek waar men een bica (gecorseerde koffie ), een aguardente (letterlijk: vurig water; een sterke drank, meestal gestookt op basis van druiven) of iets dergelijks in alle snelheid kon binnenslurpen en waar de lokale roddelpraatjes tot leven kwamen........

De herberg "In de Rare Vos" kreeg deze benaming na W.O. II. De vroegere uitbater was gecompromitteerd. Hij had een kroostrijk gezin en had omwille van de nodige inkomsten zich opgegeven bij de VAVV (Vrijwillige Arbeidsdienst Voor Vlaanderen). Deze organisatie zorgde ervoor dat Belgische arbeiders vrijwillig werden tewerkgesteld in Duitsland, op voorwaarde dat ze niet gingen werken in de oorlogsindustrie.
Het estaminet werd na de bevrijding aangekocht door de brouwerij Eylenbosch, en deze verhuurde het aan één van haar brouwersgasten: Louis Moles le Bailly.
Deze onwettige zoon van een edelman was rossig en had nogal wat guitenstreken, hij noemde zijn estaminet dan ook "In de Rare Vos".
Aanvankelijk combineerde Louis het beroep van brouwersgast met dat van de caféuitbater, bijgestaan door zijn vrouw die eveneens het kruidenierswinkeltje openhield.

De Rare Vos (Louis Moles le Bailly) aan de ingang van zijn estaminet

Gezien zijn ervaring als brouwersgast beschikte Louis niet enkel over uitstekende lambik maar maakte hij ook zijn eigen krieken-lambik.
Deze vielen erg in de smaak, ook van talrijke Brusselaars, en De Rare Vos werd weldra een begrip voor al wie van een landelijke uitstap wou genieten. Louis breidde zijn zaak uit, organiseerde succesrijke "pensenkermissen" en werd tenslotte eigenaar van zijn estaminet.
Later werd het estaminet overgenomen door Jef Schaumans, een gewezen agent van de Brusselse politie.