Pajottenland+ V.Z.W.

Familie van Dixhoorn ijvert voor behoud Vollezeelse paardengeschiedenis

,,Trekpaarden plaatsen Vollezele op wereldkaart''


Philippe van Dixhoorn en zijn dochter Hilde willen dit erfgoed doorgeven aan de komende generaties Pajotten.

Het Museum van het Belgisch trekpaard opende in 2000 de deuren. Intussen kwamen er uit vele Europese landen bezoekers, net als enkele groepjes Amerikanen en Japanners. ,,Het waren mensen wier grootouders ooit naar Vollezele kwamen om trekpaarden te kopen. Op het einde van de negentiende eeuw hebben onze paarden dit dorp op de wereldkaart geplaatst'', zegt Philippe van Dixhoorn, de bezieler van het museum in het oude gemeentehuis van Vollezele.

Philippe van Dixhoorn spendeerde de voorbije jaren honderden uren aan het bij mekaar brengen van informatie over de Belgische trekpaarden. Philippe is niet meer van de jongste en sedert vorig jaar heeft zijn dochter Hilde de reservaties overgenomen. Ook andere familieleden zijn nauw betrokken bij het museum en het behoud van dit Vollezeels werelderfgoed. Zo zijn ook twee kleinkinderen lid van het bestuur.

Als je met Philippe rond de tafel zit, is een uur zo voorbij. Het ene verhaal volgt op de andere anekdote. Het zijn er enkele uit de vele honderden die betrekking hebben op de drie grote stoeterijen die Vollezele een eeuw geleden telde. ,,Eigenlijk begint het paardenverhaal met de industriële revolutie van midden de negentiende eeuw'', steekt Philippe van wal. ,,In Europa en Noord-Amerika startte een zoektocht naar dé beste trekpaarden. Om die beste paarden te vinden, werden er in de grote steden van West- en Midden-Europa trekwedstrijden georganiseerd. Vollezelenaar Remi Vander Schueren won met het paard Brillant zijn eerste wedstrijd in Parijs. Later volgden triomfen in Nederland, Duitsland en Groot-Brittannië. Het sterke Belgische trekpaardenras plaatste Vollezele op de wereldkaart. Hier kwamen de boeren met hun merries naar de hengst. In de contracten, die werden opgemaakt tussen de stoeterij en de boer, werd vermeld dat de mannelijke afstammelingen op de stoeterij te koop werden gesteld. Belgische en buitenlandse kopers hadden op de drie Vollezeelse stoeterijen keuze uit zeker 150 hengsten. Wie in Vollezele een paard kocht, wilde zijn eigen ras versterken door de kruising met een Belgisch trekpaard. De familie Mersch had toen op het dorpsplein een hotel voor de buitenlanders. En ze overnachtten wel eens, als ze de eerste dag de passende hengst niet hadden gevonden''.

Al deze verhalen vertelt Philippe tijdens een rondleiding in het Museum van het Belgisch trekpaard. Voor groepen en minder mobiele bezoekers wordt een film vertoond. Bij tientallen foto's van paarden en Vollezelenaren horen evenveel verhalen. Veeartsapparatuur, werktuigen van hoefsmeden en praalstukken van paardenstoeten maken dit museum tot een brok Pajottenlands levend erfgoed. Niet enkel buitenlanders leren hier iets bij, maar ook Pajotten ontdekken een brok regionale geschiedenis. Als je weet dat in de bloeiperiode vijftig gezinnen leefden van deze economische sector, dan hebben wellicht vele inwoners uit Zuid-Pajottenland een band met de Vollezeelse trekpaarden.

Het Museum van het Belgisch trekpaard is enkel te bezoeken na afspraak. De toegangsprijs bedraagt 1,50 euro. Groepen vanaf tien personen betalen 1,25 euro. Telefonisch contact op 055/60.32.98 of via museum.trekpaard@hotmail.com. (JH)