Pajottenland+ V.Z.W.

Pajottenkrant 3 mei 2007

Actueel onderwerp: hernieuwbare en propere energie

Komen er windturbines in het Pajottenland?

Lennikenaar Bruno Moens is reeds jaren een liefhebber van zijn geboortestreek, het Pajottenland. Recent werkte hij bij Opbouwwerk Pajottenland mee aan een studie rond windenergie. De haalbaarheidsstudie toont aan dat drie moderne windturbines volstaan om heel Lennik met groene stroom te bevoorraden.†

,,Ons Pajottenland is een uniek stukje Vlaanderen, dat we moeten koesteren, steekt Bruno Moens van wal. ,, Een belangrijk doel bestaat er in om deze natuur- en landbouwregio te versterken. Onze streek is geen Bokrijk. We moeten de Pajotten trachten hier te houden. Er voor zorgen dat ze een hedendaags bestaan met toekomst kunnen opbouwen. Dan denk ik dat wij met windenergie ons steentje kunnen bijdragen In de eerste plaats om de opwarming van de aarde af te remmen. Een tweede reden is het financiŽle plaatje. In Denemarken hebben 150.000 mensen aandelen in windenergieprojecten. Dit succes merken we ook in Duitsland. Voor de landbouwer is er een bijkomende factor. Voor een windturbine bedraagt de grondoppervlakte maximum 3 are. De landbouwer ontvangt voor het grondgebruik 10.000 euro per jaar, en dat gedurende minstens tien jaar. Ecopower heeft in Eeklo windturbines gebouwd. De buurtbewoners die aandelen hebben, ontvangen jaarlijks een dividend van zes procent.

Moens weet dat het Pajottenland een uniek landschap bezit. Daarenboven moet ook rekening worden gehouden met de impact op de omwonenden. Een windturbine hoort niet thuis in woon- en natuurgebieden. Voor landbouwgebieden zijn er extra normen. In de buurt van woningen is een buffer van minstens 250 m. Industriezones en sportterreinen zijn zeer geschikt voor de plaatsing van een turbine. In het Pajottenland en de Zennevallei komen industriezones zoals Ternat, Groot-Bijgaarden, Halle en Liedekerke in aanmerking. Ook lijnstructuren die het landschap doorkruisen vormen een mogelijke locatie, zoals de E40, de Brusselse Ring, spoorlijnen of de steenwegen Brussel-Ninove en Asse-Edingen.

,,Uiteraard wordt steeds gekeken naar de impact op de omgeving, in de eerste plaats de bewoning, gaat Bruno verder. Hierbij vormen het visuele aspect, de invloed op de natuur, de slagschaduw en de geluidsoverlast een belangrijk gegeven. Het is ook belangrijk om locaties te hebben die voldoende wind opvangen. In Lennik hebben we drie locaties langs de Assesteenweg die in aanmerking komen. Voor de windheren klinkt dit als een positief windverhaal (lacht).

,,In de omringende landen hebben we wel een merkwaardig feit vastgesteld. Vůůr de plaatsing van een windturbine staan vele mensen afwijzend tegen deze hoge pylonen. Vooral het visuele aspect en het geluid zijn de eerste minpunten die ze opnoemen. Als de moderne windmolens er een tijdje staan, valt het op dat de meerderheid van de bevolking positief staat tegenover de windturbines. Ik denk dus dat ze ook in het Pajottenland een kans maken. Maar goede afspraken zijn nodig.††

Momenteel werkt Opbouwwerk Pajottenland aan een studie rond windenergie voor het volledige Pajottenland. Bruno weet reeds te vertellen dat Gooik ook met drie turbines de hele bevolking van stroom kan bedienen. Bruno Moens is op dit ogenblik tewerkgesteld aan de KU Leuven. Hij werkt er mee aan een studie over windturbines, meer bepaald naar de impact op het landschap en de landbouwgebieden in BelgiŽ. (JH)