Pajottenland.be Proef al het lekkers Toerisme Pajottenland en Zennevallei Regionaal landschap Pajottenland en Zennevallei Pajottenland+
 

Goesting in een echt Pajots volkscafé? Ga eens naar Elingen bij Meyts-Pollé

 

Wanneer je een café binnenkomt en je ziet muuropschriften als ‘het doet mijn bloed hard koken als er achter de kaarten wordt gesproken en ‘drinkt ge sterft ge, drinkt ge niet, sterft ge ook’, dan weet je dat je goed zit. Het is vrijdagmiddag en Jos en Jean-Paul zetten al voorzichtig het weekend in. Zoals steeds staat Hilda – officieel heet ze Ilda, de ambtenaar van de burgerlijke stand had zich vergist bij het inschrijven en dat  ontdekte ze pas toen ze voor de wet trouwde – paraat voor haar gasten.

 

Hilda is geboren en getogen in het café en nog steeds een fiere barvrouw.

 

We zitten in het café onder de kerktoren in Elingen maar de gasten komen van verder. Jos woont in Pepingen-centrum en Jean-Paul in Sint-Laureins-Berchem. Later komt er nog een klant uit Kester binnen. “Het is hier op den buiten niet altijd makkelijk om een cafeetje te vinden dat open is” klinkt het. “En we komen hier graag”, zegt Jos. “Het is hier nog een echt boerencafé, je mag hier nog eens kreften en zagen, thuis mag je dat niet altijd,” lacht hij.
Hilda zelf is geboren in het café. In 1936 startten haar ouders met de zaak. “Het was toen een heel klein café, een gang met acht deuren. Er werd ook gekookt in het café en de klanten die kwamen soms ook mee in ons privéhuis, dat was toen de gewoonte”. Toen waren er ook nog veel cafés in het dorp.
“Om 7u30 ’s morgens komen de eerste klanten hier al binnen en we houden de zaak open tot 21u”, zegt Hilda. “Er wordt hier nog vaak gekaart en als er een man te weinig is, doe ik graag een spelletje mee”.
De meeste klanten kent Hilda maar er passeren ook veel toeristen die een van de wandel-en fietstroutes volgen.  “Ja”, weet Jos, “geluk dat Hilda open is in het weekend want veel andere cafés komen de wandelaars hier niet tegen”.
Als we haar vragen naar de paardenprocessie, herinnert ze zich het verhaal van haar moeder heel goed. “De paardenprocessie was voor mijn mama de eerste keer dat ze mocht uitgaan, ze was toen achttien jaar, en ze had een paardenstaart met een strik in haar haar gedaan. Dat was een grote gebeurtenis voor een jong meisje toen”. De geruchten dat de paardenprocessie ook een verborgen zoektocht was naar een geschikte jongeheer, worden dus bevestigd. “En wie weet is het bij mijn moeder echt zo gegaan want zij is afkomstig uit Lennik en mijn vader was van Pepingen”, lacht ze.
Bij Meyts-Pollé kijken ze alvast uit naar 1 april want tijdens de paardenprocessie zijn ze er zeker van dat het café stampvol zit.
Wanneer we Hilda vragen of ze haar café nog lang zal openhouden, zegt ze vastberaden: “Tot ik niet meer kan want ik doe het heel graag”. “Maar wat er na ons met het café zal gebeuren, weet ik niet. Onze kinderen nemen het niet over en de wetgeving is zo streng dat ik niet weet of iemand het zal voortdoen. Maar dat zijn zorgen voor later. Intussen doen we hier gewoon voort zoals we al sinds jaar en dag doen”.
Waarop Jean-Paul even vastbesloten zegt: “Giet ons nog enen in, Hilda”.